Soms moet je gewoon toegeven dat je getuige bent van iets bijzonders. Het PDC World Darts Championship 2026 gaf ons niet alleen darts op het hoogste niveau, het gaf ons een verhaal dat zich langzaam maar zeker opstapelde tot een zinderende climax. En ondanks dat de Sid Waddell Trophy uiteindelijk in Engelse handen bleef, was dit hét toernooi van de Nederlanders.
Luke Littler — de jongen die nog maar 18 is — heeft opnieuw bewezen geen eenmalige sensatie te zijn. Met een magistrale 7-1 overwinning in de finale werd hij wereldkampioen voor het tweede jaar op rij en schreef hij geschiedenis als een van de weinigen die de titel direct verdedigt. Zijn gemiddelden, het bizar aantal 180-ers én de memorabele 147-finish bevestigden: dit is niet zomaar een kampioen, dit is een fenomeen.
Maar wie de headlines zou domineren, was de Nederlander
Gian van Veen. Na een knappe run — inclusief winst op Luke Humphries en een halve finale waarin hij legende Gary Anderson uitschakelde — haalde hij de grootste prestatie uit zijn carrière: een eerste wereldkampioenschapsfinale. En hoe! Hij versloeg hoger geplaatste tegenstanders, hield zijn zenuwen onder controle en werd met recht de nieuwe Nederlandse nummer 1 op de PDC Order of Merit.
Om Nederland stond het dartsvuur deze editie ook in andere hoeken te branden.
• Michael van Gerwen, de routinier met drie wereldtitels, haalde de vierde ronde en liet zien dat zijn klasse nog altijd aanwezig is.
• Wesley Plaisier zorgde voor een knappe sensatie door Gerwyn Price in de tweede ronde te verslaan — een zege waarmee hij zijn naam wereldwijd op de kaart zette.
• De jonge talenten Kevin Doets en Niels Zonneveld maakten indruk met sterke optredens, waarbij Zonneveld tot de derde ronde kwam en Doets zelfs de vierde ronde haalde.
• Ook namen als Jermaine Wattimena, Wessel Nijman en Chris Landman vochten hard, lieten lef zien en zorgden voor die typische Nederlandse flair op het grote toneel.
En ja — natuurlijk waren er nederlagen die pijn deden. Zo mocht Raymond van Barneveld zijn WK-verhaal niet langer voortzetten en viel vroeg uit. Wat overblijft, is een toernooi waarin Nederland op meer fronten meedeed dan ooit, waarin jeugd de veteranen omarmde, en waarin de Nederlandse drang naar topsport zichtbaar was in elke pijl die richting dubbel vloog
Littler is kampioen, maar Van Veen is kampioen van ons allemaal. Dit WK liet zien: Nederland hoort bij de dartselite — niet als bijrol, maar als hoofdcast. En volgend jaar? Dan staan we weer klaar voor Ally Pally, met het oranje hart in de keel en de pijlen scherp.