Jeffrey de Zwaan heeft zijn
PDC Tour Card terug. De 29-jarige Nederlander pakte op de slotdag van de Europese Q-School in Wunderland Kalkar een tweejarige tourkaart, na een jaar afwezigheid van de Pro Tour. Dat is op zich al nieuwswaardig, maar het verhaal erachter maakt het nog bizarder: De Zwaan geeft zelf toe dat hij “eigenlijk niks” heeft getraind. Toch knokte The Black Cobra zich via een loodzwaar schema naar de dagzege en een nieuwe kans op het hoogste niveau.
‘Ik had het totaal niet verwacht’
In de
podcast Darts Draait Door klinkt De Zwaan vooral opgelucht en eerlijk over zijn voorbereiding. “Ik ben onwijs blij dat ik het uiteindelijk wel gehaald heb. Ik had het in eerste instantie totaal niet verwacht,”
zegt hij over zijn prestatie in Kalkar. De reden is simpel: de trainingsuren bleven uit. “Ik heb eigenlijk niks qua training of whatever gedaan. De Zuid-Hollander vervolgt: ik zou vanaf augustus en later bijgesteld naar november gaan trainen, en dat is me niet gelukt,”
legt hij uit. Toch bleek zijn basisniveau nog altijd enorm hoog. Op Q-School gooide De Zwaan meerdere hoge gemiddelden en liet hij zien dat zijn natuurlijke talent nog steeds genoeg is om met de beste spelers mee te doen.
Droomstart wordt nachtmerrie op dag 1
Op de eerste dag van de Final Stage leek De Zwaan meteen een tourkaart te pakken. In de halve finale tegen Filip Bereza snelde hij naar een 5-1 voorsprong in een best-of-11 legs. Alles wees op een “droomstart” van de week. Maar toen kwamen de dubbels. “Iets met dubbels missen… tien matchdarts,”
blikt hij met een wrange lach terug. De Zwaan liet meerdere kansen liggen om de partij te beslissen, zag Bereza terugkomen en uiteindelijk met 6-5 winnen. De Pool pakte zo de eerste tourkaart van Q-School, terwijl De Zwaan met lege handen achterbleef, ondanks een ijzersterke dag. Die klap werkte nog door. Op dag twee was het “echt een zeperdag”, zoals hij zelf zegt; het gemiddelde viel terug en de teleurstelling van de gemiste kans was duidelijk zichtbaar.
Alles of niets op de slotdag
Op de laatste dag van de Final Stage was het simpel: alles of niets. De rankingpositie was goed, maar zekerheid was er nog niet. Die zekerheid kwam uiteindelijk tijdens zijn partij tegen Pascal Rupprecht. Door andere uitslagen stond De Zwaan al vroeg in de wedstrijd virtueel op een tourkaart. “Ik kreeg van tevoren al door dat als ik drie legs zou pakken, ik hem sowieso zou hebben. Dus bij mij zakte eigenlijk de druk,”
vertelt hij. Rupprecht gooide echter fenomenaal, volgens De Zwaan “stond hij echt onwijs te smijten”, en noteerde een gemiddelde van rond de 104. Toch weigerde De Zwaan op halve kracht te spelen: “Ik had wel zoiets van: tuurlijk, ik heb hem wel, maar ik krijg hem niet cadeau van me.” Op de slotdag wist hij de spanning juist in zijn voordeel te gebruiken. De 29-jarige Nederlander won drie duels in de beslissende leg en klopte achtereenvolgens Daniel Klose, WK-uitblinker Andreas Harrysson en dus Rupprecht met 6-5. In de finale tegen de 17-jarige Duitser Mika Donnevert maakte De Zwaan het af met een overtuigende 6-2 zege. Door die dagtitel pakte hij niet alleen zelf een tourkaart, maar gaf hij indirect ook Rupprecht een duwtje richting de Tour Card via de ranglijst.
Werk, Bengi en een lastige balans
De sportieve comeback van De Zwaan speelt zich af tegen de achtergrond van een veranderde privésituatie. Zijn baan bij de partner voor scheepseigenaren Bengi, ooit in handen van manager Ben de Kok, ziet er inmiddels anders uit, omdat de zaak is overgenomen. Voorheen kon hij vrij gemakkelijk trainen en toernooien spelen; nu kost elke vrije dag hem verlof. “Ik heb gewoon niet meer de privileges om te kunnen trainen. Als ik moet
darten, moet ik vrije dagen vragen. Zoveel vrije dagen krijg je niet per jaar, dus dat gaat hem niet worden,”
legt hij uit. De komende weken moet hij met zijn management en de nieuwe eigenaar om tafel om te kijken hoe werk en de dartcarriere gecombineerd kunnen worden. De optie om minder te werken en vol voor het darten te gaan, ligt duidelijk op tafel, maar brengt ook risico’s met zich mee. Analist en ex-prof Vincent van der Voort is in de
podcast duidelijk: met het talent van De Zwaan moet er eigenlijk vol voor worden gegaan. Hij wijst erop dat je met een speler met zijn kwaliteiten “niet met schepen bouwen” hetzelfde kunt verdienen als op de Pro Tour.
Schouder eindelijk rustig, plezier terug
Belangrijk verschil met de afgelopen jaren: fysiek en mentaal staat De Zwaan er beter voor. Jarenlang kampte hij met schouderproblemen en verdween het spelplezier. “De jaren daarvoor had ik eigenlijk gewoon helemaal geen zin meer in,”
bekent hij. Dat is veranderd. De Zwaan traint nu twee à drie keer per week in de sportschool om zijn lichaam, en vooral zijn schouder, sterk en stabiel te houden. “Ik merk gewoon nu dat mijn schouder echt volledig rustig is. Zes dagen achter elkaar gooien kan ik nu gewoon weer volhouden.” Daarnaast kiest hij bewuster wanneer hij de pijlen pakt. “Nu ga ik ook gewoon puur darten als ik echt zin erin heb. Dat merk je in mijn spel ook. Dat laat ook zien wat mijn gemiddelden doen.” Met andere woorden: minder uren, maar gerichter trainen, precies wat Van der Voort hem ook aanraadt.
De Black Cobra en de belofte van oude tijden
Met deze nieuwe
tourkaart keert De Zwaan terug naar een podium dat hij eerder al kleur gaf. De Nederlander was in 2018 halvefinalist op de World Matchplay en bereikte de laatste 16 op het WK in 2020. Ook won hij twee Players Championship-titels en haalde hij in 2023 nog de laatste 16 op de UK Open, met onder meer een spectaculaire overwinning op Gerwyn Price. Hij is pas 29 jaar, een leeftijd waarop veel darters hun echte topjaren ingaan. Met zijn ervaring, natuurlijke scorend vermogen en nu ook een fitte schouder is het perspectief helder: als De Zwaan erin slaagt een goede balans te vinden tussen werk, training en wedstrijden, kan hij opnieuw een vaste waarde worden op de Pro Tour. Van der Voort ziet het in ieder geval zitten: hij hoopt “dat we weer de Jeffrey gaan zien die we acht à tien jaar geleden zagen”.