Home BDO/WDF Hoofdnieuws Column Harm Mol: “Conclusie: Niet fit is, ook bij darten, exit!”

Column Harm Mol: “Conclusie: Niet fit is, ook bij darten, exit!”

Column Harm Mol

Paul Haarhuis riep laatst op tv, dat darten geen sport is. Hij voegde er zijn criterium aan toe: “Voor sporten moet je in een goeie conditie zijn.” Tot mijn verbazing vond hij schaken wel een sport. Paul lijkt er nogal rekbare principes op na te houden. Afgelopen week bewijst voor mij wel dat hij ongelijk had. Ik zag twee darters op het Europese kampioenschap die lichamelijk niet fit waren. Chisnall en Kist verschenen geblesseerd op het podium en ze verloren, Kist kansloos. Conclusie: Niet fit is, ook bij darten, exit!

Een darter op topniveau gaat geen toernooi winnen als hij geestelijk en lichamelijk niet optimaal fit is. In tegenstelling tot onze tennisdubbelspelspecialist zie ik, bij bijna iedere reguliere sport, heel veel raakvlakken met het darten. Sterker! Veel beter geaccepteerde sporters zouden heel wat kunnen leren van het darten. Het psychologische en mentale aspect is bij het darten ontzettend belangrijk en dit vergeten andere sporters nogal eens. Ik zie zo veel raakvlakken tussen darten en andere sporten, dat ik de opmerking van Paul echt nergens op vond slaan.

Het gebeurt nogal eens dat een tennisspeler op een beslissend moment een dubbelfout slaat, of een op het oog makkelijke smash bijkans het stadion uit slaat. PSV kreeg vorig seizoen bijna geen elfmeter tegen het net. Het gebeurt in alle sporten, de hele wedstrijd beter, een paar beslissende momenten laten liggen en met een verlies naar huis. Een sporter plaatst zich voor de Olympische Spelen en daar gaat het dan alles mis. Vaak hoor je van een erkende topsporter, dat alles moet kloppen voor een wereldprestatie, bij darten is het niet anders!

Het toeslaan of niet falen op beslissende momenten is het allerbelangrijkste bij darten, daar heeft de sport zijn populariteit aan te danken. Eén gemiste dubbel of een prachtige uitgooi beslist een partij. Denk nou niet dat het toeval is, dat de betere darters op de beslissende momenten juist dan hun beste spel laten zien. De kleinste vertwijfeling doet je net die dubbel missen, die je niet mocht missen. Het kleine beetje mentale extra zorgt ervoor, dat die zo nodige 121 uit gaat en niet net naast de bull eindigt. Topdarters zijn getraind op deze momenten en dit maakt het verschil tussen middelmaat en top.

Ik durf te wedden, dat wanneer Paul Haarhuis darten als tweede sport had gedaan in plaats van voetbal, hij beter had gepresteerd in het tennis. In potentie was hij een top tien speler en met de mentale weerbaarheid van een topdarter had hij dit gehaald. Nu kwam hij niet verder dan de achttiende positie op de wereldranglijst. Hij was een dubbelspel wereldtopper zonder meer, maar koppelspel is mentaal totaal verschillend van singel. Je stelt elkaar en jezelf teleur, je sleept elkaar door moeilijke momenten, en je jut elkaar op tot beter spel, dit is bij tennis en darten ook weer precies eender. Juist de eenzame singlestrijd van het darten had hem een weerbare tennisser gemaakt. Als Haarhuis had gedart was hij een betere tennisser geworden, had hij de top 10 gehaald en had hij zijn domme opmerking achterwege gelaten.