In Alexandra Palace wacht vanavond een WK-finale om van te smullen. Titelverdediger
Luke Littler (18) tegen de nieuwe Nederlandse nummer één
Gian van Veen (23). De Engelsman jaagt op zijn tweede wereldtitel op rij, Van Veen op de eerste wereldtitel uit zijn carrière én de vijfde PDC-wereldtitel voor Nederland.
Met toernooigemiddeldes van 103,44 (Littler) en 102,16 (Van Veen), finishpercentages ruim boven de 50 procent en een onderling record van 4-4 lijken de krachtsverhoudingen spannender dan ooit.
Historische clash tussen tienerfenomeen en Nederlandse doorbraak
Littler is de regerend wereldkampioen en nummer één van de wereld. Hij won het WK in 2025 als jongste wereldkampioen ooit en stapelde daarna grote titels zoals World Matchplay, World Grand Prix en UK Open boven op elkaar.
Van Veen geldt als de grote revelatie van het laatste jaar. De Gelderlander kroonde zich in 2025 tot Europees kampioen en is inmiddels de hoogste geplaatste Nederlander op de wereldranglijst.
Met 18 (Littler) en 23 jaar (Van Veen) gaat het om de jongste PDC WK-finale ooit. Het voelt als een nieuw hoofdstuk na de tijd van Raymond van Barneveld en Michael van Gerwen, die samen al vier PDC-wereldtitels naar Nederland haalden.
Ontwikkeling Van Veen: van talent naar absolute wereldtop
Kijk je naar de cijfers van de afgelopen anderhalf jaar, dan zie je precies waarom Van Veen nu in de WK-finale staat. Zijn first 9 averages gingen in vier periodes achter elkaar omhoog: van 104,45 via 105,69 en 105,88 naar 108,09. Ook zijn first 3 averages trokken stevig door, van 101,64 naar 108,98. De Nederlander opent legs dus steeds vaker met drie sterke pijlen en zet direct druk op zijn tegenstander.
Daarnaast is zijn scorende vermogen op tops indrukwekkend gegroeid. De eerste dart op T20 valt nu ruim 40% van de tijd, de tweede dart gaat boven de 45% en de derde dart nadert zelfs de 50%. In combinatie met gemiddeld 0,33 à 0,34 180’s per leg levert dat het profiel op van een moderne topscorer.
Littler blijft scorende machine, maar marge wordt kleiner
Littler is al langer de maatstaf als het om pure scoring gaat. Zijn first 9 averages liggen al tijden rond de 111 tot 112 punten per beurt en ook dit seizoen blijft hij in die regio hangen, al zakt hij in de laatste periode iets terug naar 110,13.
Het aantal 180’s per leg schommelt bij de Engelsman rond de 0,45, met nog hogere cijfers als je alle 171–180’s meeneemt. Daarin blijft hij Van Veen gewoon de baas. Opvallend is wel dat zijn first 3 average in de laatste periode wat terugloopt, terwijl Van Veen juist zijn topvorm haalt.
Daar staat tegenover dat Littlers trippelrakeheid, vooral met zijn tweede en derde dart op T20, nog steeds ongekend hoog is. Bij vlagen lijkt hij iedere beurt drie pijlen op de twintig te parkeren. Conclusie: Littler is nog altijd de hardste scorer, maar Van Veen heeft de kloof het afgelopen jaar flink verkleind.
WK 2026 in cijfers: allebei on fire
Littler noteert tot nu toe een toernooigemiddelde van 103,44 punt per beurt, Van Veen volgt kort daarachter met 102,16. In de 180-lijst is het opnieuw de Engelsman die net wat beter scoort: 57 maximale scores tegen 48 van de Nederlander. Op de dubbels liggen de percentages dicht bij elkaar. Littler raakt 54,42 procent van zijn uitworpen, Van Veen 51,23 procent. Dat zijn cijfers waar de meeste spelers alleen maar van kunnen dromen.
Een opvallende statistiek is het gemiddelde tegen de darts in. Juist daar is Van Veen de beste speler van het toernooi met 104,22. Littler staat tweede met 103,61. Beide finalisten zijn dus bijzonder dodelijk als ze mogen aanleggen voor een break. Kijk je naar de eerste 9 pijlen van dit WK, dan zie je opnieuw hoe dicht alles bij elkaar ligt. Littler komt uit op 111,74, Van Veen op 110,83. De Engelsman blijft net voor, maar het verschil is minimaal.
Head-to-head: exact 4-4, marges minimaal
De finale is ook een reprise van de WK Jeugd-finale van 2023. Toen won Littler met 6-4 en zette hij zich definitief op de kaart als supertalent. Sindsdien troffen ze elkaar nog zeven keer op tv- en vloertoernooien. Over alle officiële ontmoetingen staat het 4-4 in wedstrijden: vier zeges voor Littler, vier voor Van Veen. Met name in 2025 sloeg de Nederlander meerdere keren hard toe met overwinningen op de European Tour en de Players Championship-serie.
Kijk je naar hun onderlinge statistieken van de afgelopen twaalf maanden, dan wordt het beeld nog spannender. Littler gooit gemiddeld 101,63, Van Veen zelfs 102,13. De Engelsman produceert meer 180’s, maar de Nederlander is scherper op de dubbels en noteert een hogere checkout en hoogste finish.
Road to the final, Littler verplettert, Van Veen verslaat kampioenen
Luke Littler (1, ENG)
- Laatste 128: 3-0 vs Darius Labanauskas – 101,54
- Laatste 64: 3-0 vs David Davies – 97,15
- Laatste 32: 4-0 vs Mensur Suljovic – 107,09
- Laatste 16: 4-2 vs Rob Cross – 106,58
- Kwartfinale: 5-0 vs Krzysztof Ratajski – 100,04
- Halve finale: 6-1 vs Ryan Searle – 105,35
Littler verloor tot nu toe slechts twee sets in het hele toernooi. Zijn laagste gemiddelde staat nog altijd boven de 97. De titelverdediger dendert dus opnieuw door het WK alsof het een trainingskamp is.
Gian van Veen (10, NLD)
- Laatste 128: 3-1 vs Cristo Reyes – 98,91
- Laatste 64: 3-1 vs Alan Soutar – 108,28
- Laatste 32: 4-1 vs Madars Razma – 97,91
- Laatste 16: 4-1 vs Charlie Manby – 98,48
- Kwartfinale: 5-1 vs Luke Humphries – 105,41
- Halve finale: 6-3 vs Gary Anderson – 102,99
Van Veen verloor alleen in zijn eerste twee rondes een set en blies daarna eerst regerend wereldkampioen Humphries en vervolgens tweevoudig wereldkampioen Anderson omver. De kwaliteit van zijn verslagen tegenstanders maakt zijn route minstens zo indrukwekkend als die van Littler.
Sleutel tot succes: eerste 9 pijlen, breaks en combinatiefinishes
De finale wordt gespeeld over best of 13 sets, dus wie als eerste zeven sets wint pakt de wereldtitel. In zo’n lange partij is de start van de legs cruciaal. Littler staat bekend als de beste starter ter wereld en legt zijn tegenstanders vaak meteen onder druk met 140 of 180. Dit WK heeft hij dat beeld alleen maar bevestigd. Van Veen heeft de afgelopen maanden echter juist in die eerste negen pijlen enorme stappen gezet. Als hij de scores van de duels met Humphries en Anderson weet te herhalen, kan hij de Engelsman vanaf het begin bijbenen.
Daarachter komt de strijd om de breaks. Beide mannen zijn dit toernooi dodelijk tegen de darts in, maar Van Veen is statistisch nét iets sterker. Zijn gemiddelde in break-legs ligt boven de 104, waarmee hij laat zien dat hij juist in de legs van de tegenstander nog een tandje kan bijschakelen. Lukt het hem om vroeg in de wedstrijd een break voorsprong te pakken, dan moet Littler meer risico nemen in zijn eigen legs en kan de druk opeens omdraaien.
De dubbels maken het verhaal compleet. Over het hele WK raakt Littler een fractie meer finishes dan Van Veen, maar in hun onderlinge wedstrijden is het juist de Nederlander die op dit vlak iets beter voor de dag komt. Vooral de combinaties tussen 60 en 100 punten worden belangrijk: finishes als 72, 78 of 96 moeten er in twee of drie pijlen uit als de ander klaarstaat op een dubbel. Beide finalisten hebben deze week laten zien dat ze daar bijna moeiteloos mee omgaan.
Tot slot speelt ervaring op dit podium een rol. Littler staat al voor de derde keer in de WK-finale en weet precies wat hem in een vol Ally Pally te wachten staat. Van Veen maakt zijn debuut in de eindstrijd, maar heeft in zijn zeges op Humphries en Anderson laten zien dat hij niet bezwijkt onder druk. De manier waarop hij met een vijandig publiek omging in de halve finale, zal hem vertrouwen geven voor de climax van vanavond.
Wat zegt Van Veen zelf?
Van Veen weet dat hij waarschijnlijk niet met 7-0 of 7-1 gaat winnen. Hij benadrukte eerder al dat het een lange, zware partij wordt en dat Littler hem “vanaf set één onder druk gaat zetten”. Als hij zijn eigen niveau niet haalt, “gaat hij me slopen”, zei hij met een knipoog.
Toch straalt de Nederlander volop vertrouwen uit. Hij heeft dit WK bewezen dat hij
topspelers kan verslaan, óók als zij 100+ gemiddeld gooien. Zijn doel is duidelijk: wereldkampioen worden, en pas daarna nadenken over dat miljoen pond
prijzengeld.
Nederlandse hoop op vijfde PDC-wereldtitel
Voor Nederland kan het een historische avond worden. Na de successen van Van Barneveld (1 titel) en Van Gerwen (3 titels) kan Van Veen de vijfde PDC-wereldtitel naar ons land halen.
Met zijn doorbraak, de opmars van spelers als Wessel Nijman en Kevin Doets en de blijvende aanwezigheid van gevestigde namen, zou een wereldtitel van Van Veen zomaar een nieuw darts-gek tijdperk in Nederland kunnen inluiden.