Een half jaar darts is voorbij en als er één conclusie getrokken mag worden, dan is het deze: de PDC is in 2026 misschien wel onvoorspelbaarder dan ooit. Nieuwe namen dringen zich op, gevestigde spelers krijgen het moeilijker en ondertussen blijft één jonge Engelsman de rest van het veld een behoorlijk probleem bezorgen.
Luke Littler is opnieuw de grote man
Na zijn tweede wereldtitel in januari volgden ook de World Masters, de UK Open, de Premier League en uiteindelijk opnieuw de World Matchplay. De cijfers zijn bijna absurd. Littler won de finale van het WK met 7-1 van Gian van Veen, pakte vervolgens de UK Open en Premier League en verdedigde in Blackpool zijn World Matchplay-titel. In de finale versloeg hij Gerwyn Price met 18-9. Daarmee is de vraag inmiddels niet meer of Littler de nieuwe superster van het darts is, maar hoe lang de rest hem nog van de troon kan houden.
Nederland heeft een nieuw gezicht
En toch begint het Nederlandse verhaal misschien wel interessanter te worden dan het Engelse.
Gian van Veen maakte in januari definitief zijn entree bij de absolute wereldtop. Zijn WK-finale tegen Littler was indrukwekkend, ondanks de 7-1 nederlaag. Het leverde hem niet alleen £400.000 op, maar ook een enorme sprong op de wereldranglijst. Van Veen klom na het WK naar de derde plaats en heeft die positie van vaste outsider inmiddels ingeruild voor die van serieuze kandidaat voor de grootste titels.
Zijn ontwikkeling is misschien wel het mooiste Nederlandse verhaal van 2026.
Daarachter staat Wessel Nijman te trappelen. Als er één speler is die op de ProTour de afgelopen maanden de vloer heeft aangeveegd met de concurrentie, dan is het Nijman. Na 24 Players Championships en tien European Tour-evenementen stond hij halverwege juli bovenaan de ProTour Order of Merit met maar liefst £315.500. Acht ProTour-titels in 34 evenementen zeggen eigenlijk alles.
Dat is geen opleving meer. Dat is dominantie.
En dan is er Kevin Doets. Hij won in mei Players Championship 13 en heeft zich steeds nadrukkelijker tussen de gevestigde namen gemeld. Zijn ontwikkeling sluit naadloos aan bij wat hij eerder op het WK liet zien. Doets lijkt niet langer tevreden met een goede dag of een verrassende overwinning. Hij begint te spelen alsof hij thuishoort op de grote podia.
Ook Jermaine Wattimena heeft een uitstekend eerste halfjaar achter de rug. In juli haalde hij de finale van de European Darts Open in Leverkusen, waar Krzysztof Ratajski uiteindelijk met 8-6 te sterk was. Het leverde Wattimena niet alleen een flinke dosis vertrouwen op, maar ook een belangrijke sprong in de strijd om kwalificatie voor het European Championship.
Nederland staat er dus breed goed voor.
De grote verrassing: Wessel Nijman
Als we één speler moeten aanwijzen die misschien wel de grootste stap heeft gezet, is het Nijman.
De ProTour is de perfecte graadmeter voor vorm. Je kunt een keer geluk hebben op televisie, maar over tientallen wedstrijden komt kwaliteit vanzelf bovendrijven. Nijman heeft dat bewezen.
Zijn acht titels in de eerste 34 ProTour-evenementen zijn buitencategorie. De Nederlander heeft daarmee niet alleen prijzengeld verzameld, maar ook een enorme voorsprong opgebouwd in de ProTour-ranglijst.
Dat maakt hem een interessante speler richting het najaar. Want als hij deze vorm weet vast te houden, kan hij zomaar een van de belangrijkste namen worden in de strijd om de grote titels.
En dan Michael van Gerwen...
Het verhaal van Michael van Gerwen is misschien het meest ingewikkelde van allemaal.
Er waren hoogtepunten. In mei won Mighty Mike Players Championship 15. Maar tegelijkertijd was er een duidelijke neerwaartse beweging op de wereldranglijst. Na zijn vroege uitschakeling op de World Matchplay zakte Van Gerwen naar de zevende plaats. Dat was zijn laagste positie sinds 2012.
Dat klinkt bijna onwerkelijk voor iemand die jarenlang de nummer één van de wereld was.
Toch zou het te makkelijk zijn om hem af te schrijven. Van Gerwen heeft nog altijd het vermogen om op één avond een zaal op zijn kop te zetten. Zijn overwinning op Players Championship 15 herinnerde iedereen daar nog eens aan.
Maar de concurrentie is veranderd.
Waar Van Gerwen vroeger vooral naar Taylor en later naar Anderson, Wright en Price hoefde te kijken, staan er inmiddels een heleboel nieuwe namen klaar. Littler voorop, maar ook Van Veen, Nijman, Doets en een groeiende groep jonge spelers.
De ranglijst vertelt een interessant verhaal
Aan de bovenkant blijft Littler voorlopig onaantastbaar. Na zijn World Matchplay-titel passeerde hij de grens van drie miljoen pond aan rankingprijzengeld en bouwde hij zijn voorsprong verder uit.
Daarachter blijft Luke Humphries de belangrijkste uitdager. Maar Van Veen heeft laten zien dat hij niet ver weg is. En spelers als Gerwyn Price, Jonny Clayton en de andere gevestigde namen weten inmiddels dat ze niet alleen tegen elkaar, maar ook tegen een nieuwe generatie moeten vechten.
De ProTour-ranglijst vertelt ondertussen een ander verhaal. Daar is Wessel Nijman de grote baas.
En precies dat maakt het tweede deel van 2026 zo interessant.
De komende maanden gaan niet alleen over titels. Er wordt ook volop gevochten om kwalificatie voor de grote televisietoernooien. Het European Championship komt dichterbij, de Grand Slam of Darts wacht in november en uiteindelijk begint de race naar opnieuw een WK.
De tweede helft kan vuurwerk worden
Als we iets hebben geleerd van de eerste zes maanden, is het dat niets vanzelfsprekend is.
Littler lijkt momenteel onaantastbaar, maar zelfs hij zal een keer een mindere periode krijgen. Humphries blijft gevaarlijk. Price heeft zijn weg naar een World Matchplay-finale gevonden. Van Veen klopt steeds harder op de deur. Nijman domineert de ProTour. Doets groeit met iedere maand.
En ergens daarachter staat Van Gerwen, misschien wel hongeriger dan ooit.
Het mooie aan darts is dat de ranglijst uiteindelijk slechts een momentopname is. De ene week ben je de jager, de volgende week ben je de prooi.
De eerste helft van 2026 heeft één ding duidelijk gemaakt: Luke Littler is voorlopig de koning.
Maar Nederland heeft ondertussen een heleboel nieuwe troeven op tafel gelegd.
En als Van Veen, Nijman, Doets en Van Gerwen straks allemaal tegelijk hun beste spel vinden, kan de tweede helft van het jaar zomaar een stuk Oranje kleuren.
De pijlen zijn nog lang niet uitgegooid. 🎯