Mike De Decker heeft weinig begrip voor de manier waarop Barry Hearn druk zet op spelers rond de World Series. De Belgische darter vindt dat de boodschap van de
PDC-topman neerkomt op een duidelijke waarschuwing.
Hearn liet recent doorschemeren dat spelers die te vaak toernooien laten schieten, niet automatisch hoeven te rekenen op uitnodigingen voor de World Series. Dat viel niet bij iedereen goed.
Druk op spelers neemt toe
In de dartswereld wordt steeds vaker gesproken over de volle kalender. Spelers moeten reizen, presteren en keuzes maken. Volgens De Decker wordt die vrijheid beperkt als uitnodigingen afhankelijk worden van aanwezigheid bij andere evenementen.
Vincent van der Voort vatte de boodschap van Hearn scherp samen. Volgens hem zegt Hearn in feite tegen veel spelers: wie niet overal verschijnt, moet niet verwachten dat hij nog wordt uitgenodigd.
De Decker noemde dat een “verkapte bedreiging”. Niet rechtstreeks, maar wel duidelijk genoeg om de boodschap te begrijpen.
Niet voor iedere speler hetzelfde
In het gesprek werd ook benoemd dat die druk niet voor iedere speler gelijk voelt. Grote publiekstrekkers als Luke Littler en Gerwyn Price kunnen volgens Van der Voort meer bepalen dan spelers net daaronder.
Daar zit volgens hem de scheve verhouding. De absolute topnamen verkopen de kaarten en blijven daardoor aantrekkelijk voor organisatoren. Voor andere spelers kan een afmelding sneller gevolgen hebben.
Kalender blijft discussiepunt
De World Series is commercieel belangrijk voor de PDC. Het circuit brengt
darts naar verschillende werelddelen en levert veel zichtbaarheid op. Tegelijk groeit de discussie over belasting voor spelers.
De Decker zit zelf niet in een positie waarin hij zomaar veel kan afzeggen. Juist daarom ziet hij hoe groot de druk op spelers kan zijn. De kalender biedt kansen, maar vraagt ook veel van darters die hun vorm en ranking willen beschermen.